Tweederangs opa’s

“Hé grote vriend van me!”, roept opa als zijn kleinzoon uit de schoolpoort naar hem toe komt rennen en zich in zijn sterke armen stort. Opa pakt zijn rugzak over en al huppelend aan zijn hand lopen ze samen naar de auto. Het enthousiast vertellende stemmetje galmt over de parkeerplaats tot de autodeuren zich sluiten.


Iedere dinsdag staat opa ruim voor de bel gaat, aan school. Altijd op de tweede rang, een flink eind van de wachtende moeders en het handjevol vaders met papa-dag vandaan. “Veel te druk daar”, aldus opa. Al snel voegen zich twee andere opa’s bij hem: Cor en Jan. Ze slaan elkaar hartelijk op de schouder en praten wat over de toestand in de wereld. Dan verandert de toon. Met brede handgebaren en pret in de ogen lanceert opa Cor zijn eerste mop. 

Als ik opa later spreek, worden Cor’s moppen altijd in geuren en kleuren doorverteld en geloof me: ze zijn leuk, maar schunnig. Als opa Cor klaar is, stijgt een bulderend gelach op. En zo gaat het nog een poosje door. Tot de schoolbel gaat. Dan veranderen de gezichten van de opa’s onmiddellijk. Geconcentreerd en met hun handen als indianen boven hun ogen zoeken ze naar een glimp van hun kleinkind(eren) in de wirwar van schooljeugd. Slechts kort afgeleid voor een blik op de juf. Als hun kroost binnen is, knikken de opa’s elkaar beleefd toe. Dan scheiden zich hun wegen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *