Stront aan de knikker

De inloop van de condoleance zou tot 12.00 uur duren. Het was al 11.30 en ik wachtte op een telefoontje van mijn moeder. Omdat ze haar voet gebroken had, werd ze vandaag gedoucht door de thuishulp en kon ze daarna pas weg.  Ze belde om 11.40 uur dat ze klaar was. Ik griste de sleutels van de trap, stapte in de auto en haastte me naar haar appartement.

Daar aangekomen klapte ik de rolstoel uit en reed ik met haar naar mijn auto. Ik hielp haar op de passagiersstoel, klapte de rolstoel in en legde deze in de achterbak. Zo snel mogelijk reden we naar het restaurant.

Ik hielp mijn moeder weer uit de auto en pakte de rolstoel. Nee! Ik was met de brede voorwieltjes door de hondenpoep gereden. En ook de bekleding van de achterklep was niet gespaard gebleven. “Mam, heb je een zakdoekje voor me?” Nee dat had ze niet. Ik kan me niet heugen dat mijn moeder ooit géén zakdoekjes bij zich had, maar nu, om 11.59, vlak voor een condoleance, had ze er geen bij zich. Ik graaide in mijn eigen handtas en vond er nog een in een smoezelig zakje. Zo goed en zo kwaad als het ging veegde ik de wieltjes schoon. Het zakdoekje frommelde ik in een hondenpoepzakje. Mijn moeder ging zitten en we reden het terras op. In verband met de corona was het erg rustig en met een diepe zucht ging ik zitten. Achteraf gezien hadden we ons niet hoeven haasten; de familie liet nog een half uur op zich wachten. 

Weer terug bij haar appartement poetste ik de wielen grondig schoon. Ik zag dat mijn moeder de rouwkaart van haar en tevens mijn vader’s vriend naast die van mijn vader had gezet. Ze stak het kaarsje dat erbij stond aan. Meermalen bedankte ze me dat ik met haar meegegaan was. Ik zei mijn moeder gedag en trok de deur achter me dicht. In de lift zag ik mezelf alweer glimlachen in de spiegel. Ik wist weer waar ik het voor gedaan had.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *