“Gooi me ergens binnen en ik maak er wat van”

Begonnen als fotograaf voor magazines, noemt Arnold Reyneveld zich nu liever commercieel portretfotograaf. Werkzaam voor magazines wist hij nooit wat hem te wachten stond. Budgetten stonden vaak onder druk en het ontbrak geportretteerden veelal aan tijd. Arnold wende eraan om te werken met de dingen die hij aantrof. Het werd zijn tweede natuur. Nu, als commercieel fotograaf, werkt Arnold veel voor bedrijven. Budgetten zijn groter, er is meer tijd beschikbaar en daardoor kan hij écht iets moois maken van een foto. Ik interview hem bij Koffiebar Drab in Den Bosch. Want naast fotograferen is Arnold ook verslaafd aan koffie.

Hoe lang fotografeer je al?

“De belangstelling voor fotografie begon op de middelbare school. Ik was vooral geïnteresseerd in de techniek. Je maakte een foto, ging de donkere kamer in, schudde wat met vloeistof en er ontstond een tastbaar beeld. Rond mijn twintigste kreeg ik andere interesses en ben ik ermee gestopt. Ergens richting mijn 30e had ik een drukke baan en geen hobby’s; mijn baan was mijn hobby. Ik besloot er een hobby bij te zoeken en die is een beetje uit de hand gelopen.”

Wanneer begon je als professioneel fotograaf?

“Ik ben als parttime fotograaf begonnen. Ik werkte bij Coca Cola en ging de weekendopleiding aan de Fotovakschool in Boxtel doen. Binnen een paar jaar had ik mijn diploma. Toen ik stopte bij Coca Cola dacht ik dat – met mijn klinkende CV – de arbeidsmarktmarkt aan mijn voeten lag. Maar niemand wilde me hebben. Op dat moment besloot ik meer met fotografie te gaan doen en schreef ik me in bij de Kamer van Koophandel. Kort daarna begon ik ook bij Brabant Water. In de loop der jaren verschoof het evenwicht meer naar de fotografie. We hadden nog geen kinderen en mijn vriendin – werkzaam in de zorg – was ’s avonds vaak weg. In de avonden die ik alleen was, leerde ik mezelf photoshoppen en bouwde ik mijn eerste websites.”

Waarom ben je portretfotograaf geworden?

“Aanvankelijk was ik helemaal geen mensenfotograaf. Ik vond het lastig: al die techniek en dan moest ik ook nog met mensen praten. In mijn begindagen als fotograaf deed ik alles. In mijn eerste mailing stonden huizen, broden, taartjes en mensen. Het ging alle kanten op, de focus ontbrak. Toen kwam er een interessante stap. Een fotograaf die ik al jaren volgde, ging een masterclass volgen bij Tessa Posthuma De Boer, dochter van de bekende fotograaf Eddy Posthuma de Boer. Zij bood een masterclass aan waarin je in een paar sessies aan de keukentafel kon ontdekken waar je kwaliteiten lagen en waar je goed in was. Omdat ik op zoek was naar wat ik wilde, heb ik Tessa ook benaderd. Om de paar weken reed ik naar haar huis in Broek in Waterland waar ik letterlijk aan haar keukentafel plaatsnam met zicht op de koeien. Op een gegeven moment kreeg ik twee opdrachten mee: portretten maken van kunstenaars in Den Bosch en het onderzoeken van de journalistieke kant op de paardenmarkt in Hedel. Het portretteren was heel intensief. Ik moest afspraken maken, mensen benaderen en oprechte interesse tonen. Ik moest me dus in zekere zin kwetsbaar opstellen. Op de paardenmarkt ging ik juist heel afstandelijk te werk. Terug bij Tessa aan de keukentafel namen we de twee stapels met foto’s door. En toen schoof ze de stapel van de paardenmarkt letterlijk van tafel. Ze wees op de andere stapel van portretten en zei: “dit is wie je bent, dit moet je doen.” Het staat me nog helder voor de geest dat ik dacht toen ik naar de auto liep: “ik hoef niet alles te kunnen, ik mag één ding kiezen en me daarin specialiseren. De rest mag ik laten voor wat het is.” Als ik terugkijk, is dat het moment waarop mijn bedrijf is gaan groeien.”

Waarom vind je portretten zo leuk?

“De ontmoetingen met mensen zijn altijd interessant. Het hoeven geen portretten in perfectie te zijn. Ik houd ervan als het niet perfect is. Ik houd van een rauw randje. Een portret maken is een samenwerking. Het is lastig als iemand er geen zin in heeft. Ik zeg wel eens: “als je niet wilt, stoppen we er toch mee? Dan is het zonde als ik mijn spullen uitpak.” Maar het is ook wel eens andersom. Toen het niet zo lekker met me ging, moest ik voor een magazine een kunstenares in Amsterdam op de foto zetten. En het was best een belangrijke opdracht. Toen ik eindelijk een parkeerplek gevonden had, was ik al te laat. Een doodzonde vind ik. Ik belde haar dat ik nog een parkeermeter moest gaan zoeken. Ze zei: “laat je auto staan, doe je parkeerlichten aan, loop naar mijn voordeur en ik wijs je de dichtstbijzijnde automaat.” Ze deed open, gooide haar fiets met mandje en bloemetjes aan het stuur naar buiten en wees me de parkeerautomaat een paar straten verderop. Twee minuten later fietste ik mét bloemenstuur door Amsterdam. Toen werd het toch nog een hele mooie middag waarin ik een van mijn beste portretten van dat jaar maakte.”

Wat maakt een foto voor jou perfect?

“Wat ik heel lang gedaan heb, is mensen heel kwetsbaar fotograferen. Ik liet een kant zien van mensen die ze zelf niet altijd wilden laten zien, maar die wel gezien mocht worden. Hier kwamen erg sterke portretten uit. Ik vond het mooi om de diepte in te gaan. Het rauwe randje zat hem niet zo zeer in de randverschijnselen, maar in het naar boven halen van karakter. Dit is in de loop der jaren minder geworden, omdat ik er minder behoefte aan had. Want elke foto is in feite ook een zelfportret. Hoe ik in het leven sta bepaalt ook hoe ik een ander fotografeer. De tijd dat het niet lekker ging met mij haalde fotografisch gezien heel mooie dingen naar boven. Maar toen het beter met me ging, was ik klaar met deze fase.”

Hoe gaat het nu met je?

“Ik probeer een nieuwe balans te vinden. Ik maak nu commercieel werk en daarin gebruik ik dit soort technieken minder, omdat ik een concept heb. Misschien zou ik het toch weer wat meer moeten onderzoeken, ik ben nu minder geneigd de diepte in te duiken. Eerst was het vaste prik om te graven, maar nu vind ik het soms wat ongepast. Maar door mijn karakter weet ik toch iets in mensen naar boven te halen wat de sfeer speciaal maakt. Ik heb dus toch ergens een vaardigheid waarmee ik dat voor elkaar krijg: dat rauwe randje naar boven halen.”

Hoe bepaal je jouw perspectief, hoe ga je te werk?

“Ik vind het fijn om een verhaal achter een fotoshoot van tevoren een beetje te kennen. Dan gaat het borrelen in mijn hoofd. Ik ga vaak met een plan op pad over de soort foto, de belichting, de spullen die ik nodig heb. Dit stamt uit mijn magazinetijd: mensen hadden weinig tijd, dus er werd een plan van me verwacht. Maar in de helft van het aantal gevallen is het plan zinloos en doe ik het alsnog anders.”

Heb je een favoriete fotograaf en waarom waardeer je hem/haar?

“Ja, Stephan Vanfleteren. Een Vlaamse fotograaf die jarenlang voor Belgische kranten werkte. Zijn portretten zijn zeer consistent en ijzersterk. En bijna cliché: de foto’s van Anton Corbijn en Erwin Olaf vind ik ook mooi. Al is Erwin Olaf niet echt een voorbeeld voor me. Zijn vroegere werk is zeer provocerend. Dat ben ik niet. En zijn latere werk is zo gestileerd dat het te ver van me afstaat. Ik vind het prachtig, maar het past niet bij mij. Nee, dan Stephan: gooi hem een kolenhok in en hij maakt er wat van. Een paar jaar geleden raakte ik ook erg onder de indruk van Peter Lindbergh, die pas overleden is. Deze van oorsprong Deense fotograaf woonde lang in Parijs. Daar fotografeerde hij mode. De losse manier van fotograferen sprak me erg aan. Alsof hij het toeval een handje hielp en niet alles wilde regisseren. Het is interessant om naar te kijken. Het werk van Stephan wordt daarentegen steeds meer gestileerd. Soms denk ik: “moet dat nou, is dat nou nodig?” Ik heb ergens nog een interview van Stephan uit de Volkskrant bewaard. Hierin merkte ik dat hoe Stephan in zijn werk staat veel gelijkenis vertoont met hoe ik in mijn werk sta. Hij zegt in dit interview: “Ik weet dat ik iets kan. Ik weet dat als de omstandigheden er zijn en er is scherpte in mijn hoofd, dat ik iets kan.” Ik las hem als: als ik zelf goed in mijn vel zit, als alles op zijn plek valt en als het met de geportretteerde goed gaat, kan er iets heel moois ontstaan.”

Op welke foto ben je erg trots?

“Trots is een moeilijk ding voor me. Ik ben van nature niet iemand die snel trots is. Maar als ik moet kiezen, kies ik toch voor de foto van de Amsterdamse kunstenares. Het zag er niet naar uit dat er een mooie foto uit zou komen, want ik was niet in de stemming en haar appartement was klein en donker. Maar na een mooi gesprek bij een pot thee nam ze me mee naar het appartement van haar vriendin die op vakantie was, één verdieping lager. We kwamen in een prachtig licht appartement. Ik zei: “ga daar eens zitten” en het was goed, het klopte precies.”

Hoe bevalt het je als zelfstandig ondernemer?

Heel goed, omdat ik denk dat ik nu de beste versie van mezelf ben. In loondienst kon ik me achter dingen verschuilen: ‘dat weet ik niet’ of ‘daar heb ik geen verstand van’. Nu heb ik er maar mee te dealen, moet ik het maar oplossen en moet ik vaak uit mijn comfortzone. Voor een opdracht had ik bijvoorbeeld vier modellen nodig van tussen de 70 en de 90 en ze moesten er niet te vitaal uitzien. Want het ging om een verzorgingshuis. Dat soort dingen. Regel het maar!”

Heb je een tip voor andere ondernemers?

“Ik heb twee tips. De eerste is: durf te kiezen. Ondernemen betekent ook dat je sommige dingen gewoon niet moet doen. Als je ergens geen affiniteit mee hebt: koop het in. Bijvoorbeeld regelwerk rondom modellen, je administratie. Je hoeft als ondernemer niet alles te kunnen. De tweede tip is: omring je met mensen waar je iets van kunt leren. In mijn geval zijn dat bijvoorbeeld mijn kantoorgenoten en hun opdrachtgevers. Door het samen over ondernemen te hebben, ben ik zakelijker naar mijn eigen onderneming gaan kijken. Plat gezegd: het is nog steeds een creatief vak, maar wel keiharde business. En om de vier weken heb ik een conference call met een goede vriend die in Florence woont. Hij werkt in een heel andere branche, maar we houden elkaar scherp. Hij stelt kritische vragen en helpt me verder vooruit te kijken dan de dagelijkse gang van zaken. Waar wil ik over 10 jaar staan?”

Een foto zegt meer dan 1000 woorden. Mee eens of niet?

“Ik zou het iets anders formuleren: een foto zegt meer mét 1000 woorden. In mijn werk geloof ik in de drie-eenheid foto, tekst en vormgeving. Als je die drie samenbrengt, kun je een verhaal naar een heel hoog niveau tillen. Dat zegt ook veel over mijn manier van

werken. Een foto is geen eindresultaat, maar een onderdeel van een hoger doel. Ik zie mezelf dan ook niet als autonoom fotograaf, maar ik geloof in het samen iets creëren wat ik alleen niet had kunnen bereiken.”

De barista komt langs. “Ik heb mijn koffie koud laten worden”, zeg ik. “Dat is juist lekker”, antwoordt hij. “Als deze koffie warm is, proef je niet al die fruitige tonen. Je smaakpapillen kunnen op hogere temperatuur de zuren niet goed waarnemen. We hebben deze koffie uit Costa Rica zelfs koud op de tap.” Ik begrijp nu waarom Arnold hier af wilde spreken. We rekenen af en lopen samen richting station. Ik glip nog even bij Jan de Groot binnen. Ik heb ook zo mijn verslavingen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *