De lift

“Daar gaan we Coco”, spreek ik vooral mezelf bemoedigend toe. Ik doe mijn mondkapje voor en langzaam rijden we de boot op. Nauwkeurig volg ik de aanwijzingen van de bootmedewerker. Hij houdt er gelukkig rekening mee dat de achterklep nog open moet om de hond eruit te halen. Zo snel de krappe opening tussen mijn en mijn buurman’s auto het toelaat, stap ik uit en bevrijd ik Coco. “Het valt niet mee om 21 kg hond naar boven te sjouwen op dat smalle trapje”, zeg ik tegen een medewerker. “We hebben ook een lift hoor”, antwoordt hij. “Wel achter de zwart-gele lijn gaan staan anders sluiten de deuren niet”, waarschuwt hij. We proppen ons in het kleine liftje, waarvan de deuren steeds open en dicht gaan, omdat Coco’s staart niet achter het lijntje blijft. Eenmaal boven gaan we op het achterdek in het zonnetje zitten. Coco volgt met een schuine kop de meeuwen die met ons meevliegen. Na een tijdje gaat ze liggen met haar kop op haar poten en staart ze net als ik in de schuimende stroming die als een witte vlag achter de boot hangt.

Na 1,5 uur varen roept een krakende damesstem om dat we ons naar het auodeck mogen begeven. Het is al druk in de gang en ik wurm me tussen de mensenmassa door. Via een lang eenrichtingskronkelparcours door het restaurant – de Efteling zou er jaloers op zijn – lopen we naar de lift. Daar staat al een jongeman met pret-ogen te wachten. De de rest van zijn gezicht is verscholen achter zijn mondkapje. Hij houdt een trillend, zwart hondje vast. “Sammy” lees ik op een kralensnoer aan zijn halsband. Sammy is duidelijk geen zeehond en trots kijk ik even naar Coco. Als de liftknop rood wordt, trekt de jongeman de deur open, maar de lift is al vol met mensen die van het bovenste deck ook naar beneden willen. Dit herhaalt zich nog een paar keer: wandelwagens, honden, rolstoelen. Ik vraag de jongeman of hij ook wat zenuwachtig begint te worden en hij knikt bevestigend. Hij vertelt dat hij bijna te laat bij de boot was en grapt dat hij er nu waarschijnlijk ook als laatste afrijdt. “Gelukkig sta ik achteraan”. “Ik sta bijna helemaal vooraan”, zeg ik en hij belooft me galant dat ik eerst met de lift mag. Hierop hangt een bordje: “1 persoon tegelijk tenzij u tot hetzelfde gezin behoort”. De boot ligt al stil, de lift zit nog steeds vol en ik weet inmiddels dat de jongeman een week op Terschelling blijft en uit Loosdrecht komt. Weer springt het liftknopje op rood. De jongeman trekt de deur open en een oude dame met rollator wil er op ons deck uit. Vriendelijk, maar gehaast wijzen we haar de weg naar de voetgangersuitgang. “Kom schat, nu is het onze beurt”, zegt de jongeman en hij houdt de liftdeur voor me open. Grijnzend stappen we samen met onze viervoeters de lift in, houden de staartjes achter het lijntje en dalen af naar het autodeck. “Fijne vakantie lieverd”, zeg ik ten afscheid en ik spoed me naar mijn auto. We zitten nog maar net als de auto’s voor me in beweging komen. Ik grijns breeduit achter mijn mondkapje en zwaai vriendelijk naar de bootmedewerker.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *