Tegenwoordige tijd: d of t? Voorkom fouten.

Als ik teksten voor klanten redigeer, valt het me op dat het gebruik van d of t lastig is.  Zowel in de tegenwoordige tijd, de verleden tijd als de voltooide tijd. Daarom besteed ik hier aandacht aan in deze blog. Want het is doodzonde als potentiële klanten afhaken op een letter teveel of te weinig. In deze blog behandel ik de werkwoordvervoegingen in de tegenwoordige tijd. De andere tijden bespreek ik in één van mijn volgende blogs.

Gebruik voor het vervoegen van werkwoorden in de tegenwoordige tijd altijd de stam van het werkwoord. Dit is het hele werkwoord – en. De stam lijkt veel op de ik-vorm.

Hele werkwoordStam
RuikenRuik
VerhuizenVerhuiz
BuigenBuig
WordenWord

Vervolgens kijk je naar de persoonsvorm. Wie ruikt, verhuist,
buigt of wordt?

De regel: stam of stam + t

Ikruikverhuisbuigword
Jijruiktverhuistbuigtwordt
Hij/zij/u/hetruiktverhuistbuigtwordt
Wijruikenverhuizenbuigenworden
Zijruikenverhuizenbuigenworden

Je ziet dat er bij de persoonsvormen jij/hij/zij/u/het een t achter de stam komt.

Een ezelsbruggetje hierbij: vul “maken” of “lopen” in op de plek van het werkwoord. Dan hoor je of er een t achter het werkwoord komt.

Uitzondering: als je of jij achter het werkwoord komt, altijd de stam!

Jij loopt over het zebrapad     -> jij staat vóór het werkwoord, dus stam + t .

Loop jij over het zebrapad?    -> jij staat achter het werkwoord, dus alleen de stam! Dat hoor je hier goed, doordat je het werkwoord lopen gebruikt. Je hoort geen t, dus je schrijft geen t.

Let op: Loopt je broer over het zebrapad?  -> je broer is “hij”, dus hier stam + t.

Dus vanaf nu weet jij wanneer je d of t moet gebruiken in de tegenwoordige tijd en wordt jouw content beter!

Heb je vragen over werkwoorden in de tegenwoordige tijd? Laat dan een reactie achter. Wil je liever dat ik jouw tekst redigeer, neem dan gerust contact met me op.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *